Programma Sociale samenhang
Programmadoel Sociale samenhang
Terug naar navigatie - Programma Sociale samenhang - Programmadoel Sociale samenhangWij streven naar een inclusieve en veerkrachtige samenleving waarin inwoners zoveel mogelijk zelfstandig kunnen wonen, werken, leren en meedoen. We versterken de sociale basis, waarin inwoners naar elkaar omzien, maatschappelijke organisaties samenwerken en ondersteuning toegankelijk is wanneer dat nodig is. Daarbij gaan we uit van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. Waar dat niet voldoende is, bieden wij passende ondersteuning.
Het sociaal domein staat de komende jaren voor grote uitdagingen. Vergrijzing, een toenemende vraag naar ondersteuning, arbeidsmarktkrapte en complexere hulpvragen zorgen voor een groeiende druk op het stelsel. Tegelijkertijd staan de beschikbare middelen onder druk en worden gemeenten geconfronteerd met financiële taakstellingen en beperkte budgettaire ruimte.
Daarom zetten wij in op een sociaal domein dat toekomstbestendig, betaalbaar en effectief is. Dit vraagt om scherpe keuzes, innovatie en een sterke focus op preventie. Door problemen vroegtijdig aan te pakken en de sociale basis te versterken, voorkomen we waar mogelijk zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning. We bouwen verder aan het Stevig Lokaal Team en aan een sterke lokale sociale zorginfrastructuur waarin inwoners, maatschappelijke partners, zorgaanbieders en gemeente gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.
Binnen de Jeugdwet ligt een omvangrijke financiële opgave. De Hervormingsagenda Jeugd en de hieruit voortvloeiende gemeentelijke taakstellingen vragen om substantiële besparingen in de komende jaren. Daarom zetten we in op preventie, vroegsignalering, meer vrij toegankelijke ondersteuning, het versterken van de leefomgeving van kinderen en gezinnen en het terugdringen van de instroom in geïndiceerde jeugdhulp. Samen met partners binnen en buiten het sociaal domein, waaronder huisartsen en culturele organisaties, geven wij hier invulling aan. Tegelijkertijd werken we samen met verwijzers, aanbieders en regionale partners aan een doelmatige en effectieve uitvoering van de jeugdhulp. Ook binnen de Wmo sturen we op het beheersen van de groeiende zorgvraag en kosten. We investeren in zelfredzaamheid, mantelzorgondersteuning, indicatieloze voorzieningen en passende ondersteuning dichtbij de inwoner.
We streven naar betere resultaten voor onze inwoners én een duurzame financiële situatie in het sociaal domein. We sturen op effectiviteit, betaalbaarheid en samenwerking, zodat iedere euro maximaal bijdraagt aan gezondheid, participatie, bestaanszekerheid, kansengelijkheid en zelfredzaamheid van onze inwoners. Alleen zo kunnen we ook in de toekomst een sterk en toegankelijk sociaal domein behouden en houden we de ondersteuning beschikbaar voor inwoners die deze het meest nodig hebben.
Speerpunten 2027
Terug naar navigatie - Programma Sociale samenhang - Speerpunten 2027- Versterken van de sociale basis en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners.
- Uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd en realiseren van de financiële taakstellingen binnen de jeugdhulp.
- Ontwikkeling van het Stevig Lokaal Team en versterking van preventieve ondersteuning.
- Beheersen van de groei van Wmo- en jeugdhulpkosten door innovatie, contractmanagement en indicatieloze voorzieningen.
- Versterken van gezondheid, mentale veerkracht en bestaanszekerheid van inwoners.
- Investeren in kansrijk opgroeien, onderwijs, participatie en een leven lang ontwikkelen.
- Bouwen aan een toekomstbestendig sociaal domein zodat ondersteuning beschikbaar is voor inwoners die deze het meest nodig hebben.
3.1 Sociale basis
Terug naar navigatie - - 3.1 Sociale basisWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Sociale basis?
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Sociale basis?- De gemeente Vlissingen heeft een lagere sociaaleconomische positie (Sociaal Economische Status-Welvaart Opleidingsniveau en Arbeidsmarktdeelname-score: -0,117) ten opzichte van het gemiddelde (score: 0) in Nederland (SES-WOA score).
- De eenzaamheid in de gemeente Vlissingen ligt hoger (55,8%) dan gemiddeld in Nederland (48,6%). Eenzaamheid kan aanzienlijke gevolgen hebben voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van inwoners.
- Het aantal inwoners dat mantelzorg verleent in de gemeente Vlissingen, is gedaald van 16,4% naar 15,5%. Het potentieel aan mantelzorgers neemt af en het beroep op mantelzorgers neemt toe.
- 21% van de volwassenen in de gemeente Vlissingen doet vrijwilligerswerk. Dit is lager dan het gemiddelde aantal in Nederland (23%). Het beroep op vrijwilligers neemt toe.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Sociale basis?
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Sociale basis?A. In 2030 kunnen meer inwoners meedoen in de samenleving
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - A. In 2030 kunnen meer inwoners meedoen in de samenleving|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
SES-WOA-score (sociaaleconomische status, (financiële) welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden) |
Bron |
1 keer per jaar |
0,117 (2023) 0,128 (2022) 0,134 (2021) 0,139 (2020) |
0,117 |
0,117 |
0,116 |
0,116 |
|
Het percentage van de volwassen inwoners dat (matig tot zeer ernstig) eenzaam is |
1 keer per 4 jaar |
55% (2022) 53% (2020) 49% (2016) 44% (2012) |
55% |
54% |
54% |
53% |
|
|
Het percentage van de inwoners dat mantelzorg geeft |
1 keer per 4 jaar |
15,5% (2022) 16,4% (2020) 16,5% (2016) 16,4% (2012) |
16% |
- |
|
- |
|
B. In 2030 voelen inwoners zich meer betrokken bij hun buurt
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - B. In 2030 voelen inwoners zich meer betrokken bij hun buurt|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het percentage van de volwassen inwoners dat vrijwilligerswerk doet |
Bron |
1 keer per 4 jaar |
21% (2022) 23% (2020) 27% (2016) 25% (2012) |
21% |
22% |
22% |
23% |
|
Het percentage van de volwassen inwoners dat lid is van een vereniging of club |
Bron |
1 keer per 4 jaar |
35% (2022) 39% (2020) 40% (2016) 44% (2012) |
35% |
35% |
36% |
37% |
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Sociale basis?
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Sociale basis?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 kunnen meer inwoners meedoen in de samenleving |
2 |
|
B |
In 2030 voelen inwoners zich meer betrokken bij hun buurt |
2 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Sociale basis?
Terug naar navigatie - 3.1 Sociale basis - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Sociale basis?3.2 Vitaal leven
Terug naar navigatie - - 3.2 Vitaal levenWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Vitaal leven?
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Vitaal leven?- In Vlissingen ligt de levensverwachting (80,3 jaar) ruim 1 jaar lager dan het Nederlandse gemiddelde (81,5 jaar).
-
De relatief lage gemiddelde sociaaleconomische status in Vlissingen (financiële welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden) vergroot de kans op gezondheidsachterstanden onder inwoners. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben vaker te maken met risicofactoren zoals roken, overgewicht en ongezonde voeding. Ook ervaren zij gemiddeld meer stress en mentale problemen, wat het risico op chronische aandoeningen verhoogt.
-
In Vlissingen neemt het aandeel inwoners van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn (minstens 150 minuten per week matig tot intensief bewegen) de afgelopen jaren af: van 53% in 2016 naar 49% in 2024.
-
In Vlissingen hebben inwoners van 18 jaar en ouder vaker dan gemiddeld te maken met overgewicht: 53,7% heeft een BMI (Body Mass Index) van 25 of hoger, tegenover gemiddeld 51,6% in Nederland.
-
Tussen 1990 en 2025 is sprake van een significante stijging van het aandeel kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar met overgewicht; in 2025 heeft 12,4% een BMI van 25 of hoger.
- De zorgsector, de VNG en het ministerie van VWS hebben in juli 2025 een akkoord bereikt over het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). In het AZWA staat hoe we de zorg in de toekomst goed, betaalbaar en toegankelijk houden voor wie dat nodig heeft.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Vitaal leven?
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Vitaal leven?A. In 2030 maken inwoners gezondere leefstijlkeuzes en zijn zij een voorbeeld voor de volgende generaties
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - A. In 2030 maken inwoners gezondere leefstijlkeuzes en zijn zij een voorbeeld voor de volgende generaties|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het percentage inwoners van 18 jaar en ouder met overgewicht (BMI > 25) |
GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024-2025
|
1 keer per 4 jaar (vanwege corona incidenteel extra uitgevoerd in 2022) |
54% (2024) 54% (2022) 53% (2020) 52% (2016)
|
|
|
52% |
|
|
Het percentage inwoners van 18 jaar en ouder met als goed ervaren gezondheid |
GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024-2025 |
1 keer per 4 jaar (vanwege corona incidenteel extra uitgevoerd in 2022) |
69% (2024) |
|
|
70% |
|
|
Het percentage jeugdigen met als goed ervaren gezondheid |
GGD Gezondheidsmonitor jeugd 2023-2024 |
1 keer in de 2 jaar |
77% (2023) 84% (2021) 84% (2019)
|
77% |
|
80% |
|
B. In 2030 bewegen, ontmoeten, sporten en spelen inwoners meer
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - B. In 2030 bewegen, ontmoeten, sporten en spelen inwoners meer|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het percentage inwoners van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn (minimaal 150 minuten matig/intensief bewegen per week)
|
GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024-2025
|
1 keer per 4 jaar (vanwege corona incidenteel extra uitgevoerd in 2022) |
49% (2024) 47% (2022) 56% (2020) 53% (2016)
|
|
|
51% |
|
|
Kernindicator beweegvriendelijke omgeving
|
Sport en bewegen in cijfers.nl
|
1 keer per 2 jaar
|
59 op 100 (2024)
|
|
64 |
69 |
|
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Vitaal leven?
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Vitaal leven?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 maken inwoners gezondere leefstijlkeuzes en zijn zij een voorbeeld voor de volgende generaties |
2 |
|
B |
In 2030 bewegen, ontmoeten, sporten en spelen inwoners meer |
3 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Vitaal leven?
Terug naar navigatie - 3.2 Vitaal leven - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Vitaal leven?3.3 Maatschappelijke ondersteuning
Terug naar navigatie - - 3.3 Maatschappelijke ondersteuningWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?- In het regeerakkoord ‘Aan de slag’ staat opgenomen: “Mensen die dat kunnen gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing taakstellend is.” De invoering van deze voorgenomen maatregel vereist nog nadere wetgeving en parlementaire behandeling. Op dit moment bestaat daarom nog onzekerheid over de definitieve besluitvorming en de vraag of, en in welke vorm, deze maatregel daadwerkelijk per 1 januari 2029 zal worden ingevoerd.
- Naar verwachting zal de eigen bijdrage binnen de Wmo in de toekomst meer inkomens- en vermogensafhankelijk worden. Het Rijk werkt momenteel aan de verdere uitwerking van deze maatregel. Besluitvorming hierover wordt in de loop van 2026 verwacht, waardoor de exacte gevolgen voor inwoners en gemeenten op dit moment nog niet volledig duidelijk zijn.
- De combinatie van een toenemende vergrijzing (de prognose voor de gemeente Vlissingen is een stijging van 25,2% in 2025 naar 30,6% in 2040), een toenemende zorgvraag, een verwachte stijging van het Wmo-gebruik (van 4.400 gebruikers in 2023 naar 4.700 in 2027) en stijgende kosten zorgt voor grote financiële druk. De rijksbegrotingsstukken richting 2030 bevestigen dat de overheid blijft zoeken naar een balans tussen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.
- De verwachting is dat binnen het sociaal domein personeelstekorten de komende jaren toenemen. Op basis van een berekening van de Zeeuwse Zorg Coalitie (ZZC), is in 2030 binnen de sector zorg en welzijn in Zeeland een personeelstekort van 7.500 medewerkers.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?A. In 2030 kunnen meer inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - A. In 2030 kunnen meer inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
We zien een lagere complexe ondersteuningsbehoefte bij onze inwoners en een daling in het aantal inwoners dat instroomt in een Wlz voorziening
|
|
1 keer per jaar |
2025 en 2026: CBS data nog niet beschikbaar 2024: 175 2023: 195 |
CBS data 2025:170 |
CBS data 2026:165 |
CBS data |
CBS data 2028:165 |
|
In 2030 kunnen meer inwoners die ondersteuning via de Wmo krijgen, zich beter redden dankzij deze ondersteuning |
Resultaten Cliënt Ervaringsonderzoek (CEO) |
1 keer per jaar |
81 % is het hier mee eens (2024) 82% is het hier mee eens (2023)
|
82% | 83% | 84% |
85% |
B. In 2030 is de maatschappelijke ondersteuning meer toekomstbestendig
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - B. In 2030 is de maatschappelijke ondersteuning meer toekomstbestendig|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het gebruik van Wmo voorzieningen is niet hoger dan wat het model van de VNG voorspelt |
https://wmovoorspelmodel.vng.nl/
|
1 keer per jaar |
4.656 (2026) 4.586 (2025) 4.505 (2024) 4.420 (2023) 4.490 (2022) |
4.717 | 4.777 | 4.838 | (ontbreekt nog in het voorspelmodel) |
|
In 2030 ervaren meer inwoners dat de gekregen ondersteuning passend is bij de hulpvraag, gemeten ten opzichte van 2024 |
Resultaten Cliënt Ervaringsonderzoek (CEO).
|
1 keer per jaar |
79% is het hier mee eens (2024) 82% is het hier mee eens (2023) |
80% | 81% | 82% | 83% |
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Maatschappelijke ondersteuning?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 kunnen meer inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen
|
2 |
|
B |
In 2030 is de maatschappelijke ondersteuning meer toekomstbestendig
|
3 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Maatschappelijke ondersteuning?
Terug naar navigatie - 3.3 Maatschappelijke ondersteuning - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Maatschappelijke ondersteuning?3.4 Kansrijk opgroeien
Terug naar navigatie - - 3.4 Kansrijk opgroeienWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Kansrijk opgroeien?
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Kansrijk opgroeien?- Het aantal jeugdigen in Vlissingen (18,7% ) dat jeugdhulp ontvangt, ligt hoger dan het landelijke gemiddelde (11,5%).
- De kosten voor jeugdhulp zijn in 5 jaar tijd (2019 t/m 2023) met ruim 40% gestegen.
- De gemeente Vlissingen vertaalt sinds 2024 de opdrachten uit de Hervormingsagenda Jeugd naar concrete keuzes voor ondersteuning van jeugdigen en gezinnen in de stad en dorpen met als belangrijke onderlegger de ontwikkeling van een Stevig Lokaal Team.
- De gemeente Vlissingen werkt toe naar invoering van regionaal nieuw gecontracteerd jeugdhulpaanbod op 1 januari 2028, met als doel betere samenwerking tussen ketenpartners en effectievere en efficiëntere ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Kansrijk opgroeien?
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Kansrijk opgroeien?A. In 2030 hebben jeugdigen in Vlissingen gelijke kansen om veilig, kansrijk en gezond op te groeien
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - A. In 2030 hebben jeugdigen in Vlissingen gelijke kansen om veilig, kansrijk en gezond op te groeien|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Aantal meldingen Veilig Thuis
|
StatLine - Huiselijk geweld; kerncijfers Veilig Thuis, regio |
1 keer per jaar |
365 (2024) 250 (2021) |
360 |
350 |
340 |
330 |
|
Percentage jongeren met Jeugdbescherming en/of jeugdreclassering |
1 keer per jaar |
1,7% (2024) |
1,6% |
1,5% |
1,4% |
1,3% |
|
B. In 2030 ontvangen jeugdigen in Vlissingen passende ondersteuning. We organiseren deze ondersteuning zo veel mogelijk in de leefwereld van het kind en het gezin; dichtbij, vertrouwd en afgestemd op de situatie
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - B. In 2030 ontvangen jeugdigen in Vlissingen passende ondersteuning. We organiseren deze ondersteuning zo veel mogelijk in de leefwereld van het kind en het gezin; dichtbij, vertrouwd en afgestemd op de situatie|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het aantal jeugdigen met geïndiceerde jeugdhulp in de gemeente Vlissingen |
1 keer per jaar |
18,7% (2025) |
18,4 |
18,3 |
18,3 |
18,2 |
|
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Kansrijk opgroeien?
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Kansrijk opgroeien?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 hebben jeugdigen in Vlissingen gelijke kansen om veilig, kansrijk en gezond op te groeien |
2 |
|
B |
In 2030 ontvangen jeugdigen in Vlissingen passende ondersteuning. We organiseren deze ondersteuning zoveel mogelijk in de leefwereld van het kind en het gezin; dichtbij, vertrouwd en afgestemd op de situatie |
3 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Kansrijk opgroeien?
Terug naar navigatie - 3.4 Kansrijk opgroeien - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Kansrijk opgroeien?3.5 Mentale gezondheid
Terug naar navigatie - - 3.5 Mentale gezondheidWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Mentale gezondheid?
Terug naar navigatie - 3.5 Mentale gezondheid - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Mentale gezondheid?Landelijk is sprake van een sterke toename van dak- en thuisloosheid. Middels de Ethos-telling wordt dit voor Zeeland in kaart gebracht. Dak- en thuisloosheid heeft veel nadelig effect op de mentale gezondheid.
- 22% van de inwoners in Vlissingen geeft aan last te hebben van psychische klachten. Dit percentage is mogelijk een onderschatting omdat er een taboe rust op het praten over mentale gezondheid.
- Volgens de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 van het RIVM vormt mentale gezondheid één van de grootste gezondheidsrisico’s voor de toekomst.
-
In Vlissingen is sprake van een toename van verward en/of onbegrepen gedrag. In 2022 werden bij het meldpunt Zorgwekkend Gedrag 18 niet-acute meldingen gedaan, in 2023 ging het om 30 meldingen en in 2024 om 40 meldingen binnen de gemeente Vlissingen.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Mentale gezondheid?
Terug naar navigatie - 3.5 Mentale gezondheid - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Mentale gezondheid?A. In 2030 voelen inwoners zich mentaal gezonder
Terug naar navigatie - 3.5 Mentale gezondheid - A. In 2030 voelen inwoners zich mentaal gezonder|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het percentage van de volwassen inwoners dat aangeeft last te hebben van psychische klachten |
1 keer per 4 jaar |
22 (2022) 20 (2020) 20 (2016) 19 (2012) |
22 |
21 |
21 |
20 |
|
|
Het percentage van de volwassen inwoners die GGZ zorg afnemen |
Viewer - Gebruik psychische problematiek (1) - Vlissingen
|
1 keer per jaar |
10,6% (2023) 10,3% (2022) 9,4% (2021) 9,7% (2020) |
11% |
11% |
10,8% |
10,5% |
|
Het aantal meldingen Zorg wekkend gedrag niet-acuut in de gemeente Vlissingen |
Meldpunt Zorgwekkend gedrag Zeeland, Jaarverslag 2024 Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, Jaarverslag-2024-ZVHZ.pdf |
1 keer per jaar |
2025 (nog niet bekend) 2024 (40) 2023 (30) 2022 (18) |
60 |
58 |
55 |
52 |
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Mentale gezondheid?
Terug naar navigatie - 3.5 Mentale gezondheid - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Mentale gezondheid?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 voelen inwoners zich mentaal gezonder |
2 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Mentale gezondheid?
Terug naar navigatie - 3.5 Mentale gezondheid - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Mentale gezondheid?3.6 Bestaanszekerheid
Terug naar navigatie - - 3.6 BestaanszekerheidWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Bestaanszekerheid?
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Bestaanszekerheid?- Het percentage inwoners met een bijstandsuitkering steeg van 6,6% in 2024 naar 6,8% in 2025 en ligt daarmee 2,1 procentpunt boven het landelijk gemiddelde van 4,7%.
- Het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden daalde van 9,7% in 2024 naar 9,0 procent in 2025 en ligt daarmee 0,4 procentpunt boven het landelijk gemiddelde van 8,6%. Tegelijk laten 2 wijken duidelijk hogere percentages zien: in het Middengebied bedraagt dit 10,6% en in de Oude Binnenstad zelfs 12,9%. Hierdoor wordt zichtbaar dat het totale gemiddelde weliswaar daalt, maar dat er binnen de gemeente nog steeds wijken zijn met een aanzienlijk hoger percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden.
- Het percentage huishoudens met een laag inkomen was in 2024, net zoals in 2023, 12% en ligt daarmee 3 procentpunt boven het Zeeuwse gemiddelde van 9%.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Bestaanszekerheid?
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Bestaanszekerheid?A. In 2030 zijn minder inwoners uit de beroepsbevolking werkloos en afhankelijk van een bijstandsuitkering
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - A. In 2030 zijn minder inwoners uit de beroepsbevolking werkloos en afhankelijk van een bijstandsuitkering|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het aantal inwoners zonder werk dat een uitkering ontvangt in het kader van bijstandswet of bijstand gerelateerde wet tot AOW-leeftijd |
Statline |
1 keer per maand |
1.700 (2026) 1.700 (2025) 1.710 (2024) 1.750 (2023) |
1.690 |
1.680 |
1.670 |
1.660 |
B. In 2030 hebben minder huishoudens geregistreerde problematische schulden
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - B. In 2030 hebben minder huishoudens geregistreerde problematische schulden|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden
|
Dashboards CBS |
1 keer per jaar |
2.080 (2026) 2.100 (2025) 2.250 (2024) 2.210 (2023) |
2.060 |
2.040 |
2.020 |
2.000 |
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Bestaanszekerheid?
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Bestaanszekerheid?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 zijn in de gemeente Vlissingen minder inwoners uit de beroepsbevolking werkloos en afhankelijk van een bijstandsuitkering |
2 |
|
B |
In 2030 hebben in de gemeente Vlissingen minder huishoudens geregistreerde problematische schulden |
2 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Bestaanszekerheid?
Terug naar navigatie - 3.6 Bestaanszekerheid - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Bestaanszekerheid?3.7 Leven lang leren
Terug naar navigatie - - 3.7 Leven lang lerenWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Leven lang leren?
Terug naar navigatie - 3.7 Leven lang leren - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Leven lang leren?- In het schooljaar 2025-2026 nam het aantal kinderen in het speciaal onderwijs met 6% toe ten opzichte van 2024. Tussen 2020 en 2024 nam het aantal vroegtijdig schoolverlaters toe met 16%.
- Van de kinderen die in aanmerking komen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) nam in 2025 63% daadwerkelijk deel aan VVE. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde (85%).
- Activiteiten vanuit het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB), zoals schakelklassen en de zomerschool, worden goed bezocht. Het huidige OAB loopt tot 2027 en zal met betrokken partners geëvalueerd worden.
-
Samenwerking met onderwijspartners en partners in het sociaal domein wordt steeds belangrijker. Dit komt onder andere door landelijk beleid, zoals de invoering van de Wet van School naar Duurzaam Werk in 2026 en de ontwikkeling richting inclusief onderwijs, en door krapte op de arbeidsmarkt.
- Uit het meeste recente PIAAC-onderzoek (onderzoek naar kernvaardigheden voor Werk en Leven 2023, gepubliceerd in 2025) blijkt dat circa 23% van de Nederlanders tussen 16 en 75 jaar moeite heeft met taal en/of rekenen. Basisvaardigheden, zoals lees-, reken- en digitale vaardigheden, zijn steeds belangrijker om zelfredzaam te zijn in het dagelijks leven.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Leven lang leren?
Terug naar navigatie - 3.7 Leven lang leren - Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Leven lang leren?A. In 2030 ontwikkelen meer inwoners zich door onderwijs te volgen
Terug naar navigatie - 3.7 Leven lang leren - A. In 2030 ontwikkelen meer inwoners zich door onderwijs te volgen|
Indicator(en) |
Bron (gegeven) |
Meet- frequentie |
Peilwaarden (jaar) |
Streefwaarden |
|||
|
|
|
|
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Het percentage jongeren van 12 tot 27 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten ten opzichte van het totaal aantal onderwijsdeelnemers aan begin van het schooljaar (VO + MBO). |
DUO/Ingrado |
1 keer per jaar |
3,4% (2022) 2,6% (2021) 2,2% (2020) |
3,2% |
3,0% |
2,8% |
2,6% |
|
Het percentage kinderen dat gebruik maakt van VVE-aanbod ten opzichte van het totaal aantal kinderen met een VVE-indicatie |
VVE-monitor Dimensional Insight |
1 keer per jaar
|
58% (2024) 58% (2023) |
60% |
63% |
66% |
70% |
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Leven lang leren?
Terug naar navigatie - 3.7 Leven lang leren - Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Leven lang leren?|
# |
Doel |
Mate van invloed (vijfpuntschaal waarbij 1 = zeer klein en 5 = zeer groot) |
|
A |
In 2030 ontwikkelen meer inwoners zich door onderwijs te volgen |
2 |
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Leven lang leren?
Terug naar navigatie - 3.7 Leven lang leren - Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Leven lang leren?3.8 Wat mag het kosten?
Terug naar navigatie - - 3.8 Wat mag het kosten?Wat mag het kosten?
Terug naar navigatie - 3.8 Wat mag het kosten? - Wat mag het kosten?Programma totalen (bedragen x € 1.000) |
Jrk. 2025 |
Begr. 2026 |
Begr. 2027 |
Begr. 2028 |
Begr. 2029 |
Begr. 2030 |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
LASTEN |
181.818 |
189.460 |
189.939 |
189.789 |
188.115 |
192.249 |
||||||||
BATEN |
38.023 |
35.989 |
34.597 |
35.366 |
35.039 |
35.001 |
||||||||
Saldo voor bestemming |
143.795 |
153.471 |
155.342 |
154.424 |
153.077 |
157.248 |
||||||||
Mutatie reserves |
||||||||||||||
Toevoeging reserve opvang vluchtelingen |
966 |
430 |
-1 |
195 |
109 |
109 |
||||||||
Toevoegingen |
966 |
430 |
-1 |
195 |
109 |
109 |
||||||||
Onttrekking reserve sociaal domein |
955 |
4.049 |
2.181 |
713 |
445 |
445 |
||||||||
Onttrekking reserve revitalisering accommodaties |
532 |
|||||||||||||
Onttrekkingen |
1.487 |
4.049 |
2.181 |
713 |
445 |
445 |
||||||||
Saldo na bestemming |
143.273 |
149.852 |
153.161 |
153.905 |
152.741 |
156.912 |
||||||||
LASTEN |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken |
3.226 |
3.107 |
3.219 |
3.349 |
3.479 |
3.530 |
||||||||
5.1 Sportbeleid en activering |
1.269 |
1.909 |
1.362 |
1.379 |
1.394 |
1.408 |
||||||||
6.1 Samenkracht en burgerparticip. |
9.920 |
8.526 |
5.693 |
4.887 |
4.471 |
4.591 |
||||||||
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd |
2.541 |
1.842 |
1.735 |
1.788 |
1.867 |
1.954 |
||||||||
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal |
8.701 |
9.528 |
8.540 |
8.813 |
9.122 |
9.433 |
||||||||
6.3 Inkomensregelingen |
32.567 |
35.009 |
33.512 |
32.755 |
32.585 |
32.554 |
||||||||
6.4 Begeleide participatie |
23.099 |
23.197 |
24.526 |
25.301 |
25.656 |
25.713 |
||||||||
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) |
3.129 |
3.699 |
3.324 |
3.522 |
3.489 |
3.498 |
||||||||
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) |
5.944 |
6.848 |
7.412 |
8.023 |
5.446 |
5.671 |
||||||||
6.712 Begeleiding (Wmo) |
3.331 |
3.426 |
3.635 |
3.862 |
3.962 |
4.168 |
||||||||
6.713 Dagbesteding (Wmo) |
2.300 |
2.522 |
2.604 |
2.764 |
2.836 |
2.984 |
||||||||
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal |
10.367 |
12.669 |
17.606 |
15.746 |
14.864 |
16.612 |
||||||||
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk |
289 |
314 |
327 |
341 |
||||||||||
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal |
12.312 |
13.574 |
10.883 |
11.736 |
12.664 |
13.443 |
||||||||
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk |
653 |
912 |
559 |
613 |
682 |
755 |
||||||||
6.791 PGB Wmo |
1.050 |
1.355 |
1.340 |
1.401 |
1.402 |
1.403 |
||||||||
6.792 PGB Jeugd |
312 |
24 |
126 |
126 |
127 |
128 |
||||||||
6.811 Beschermd wonen (Wmo) |
43.311 |
43.527 |
45.470 |
44.975 |
44.970 |
44.923 |
||||||||
6.812 Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) |
12.752 |
12.360 |
12.619 |
12.629 |
12.638 |
12.645 |
||||||||
6.821 Jeugdbescherming |
1.477 |
1.930 |
1.870 |
2.035 |
2.211 |
2.408 |
||||||||
6.822 Jeugdreclassering |
463 |
451 |
481 |
525 |
568 |
616 |
||||||||
6.91 Coördinatie en beleid Wmo |
268 |
162 |
256 |
271 |
282 |
291 |
||||||||
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd |
73 |
93 |
17 |
19 |
20 |
23 |
||||||||
7.1 Volksgezondheid |
2.753 |
2.790 |
2.859 |
2.956 |
3.054 |
3.156 |
||||||||
Totaal lasten |
181.818 |
189.460 |
189.939 |
189.789 |
188.115 |
192.249 |
||||||||
BATEN |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||||
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken |
1.960 |
1.580 |
1.591 |
1.592 |
1.592 |
1.592 |
||||||||
5.1 Sportbeleid en activering |
704 |
269 |
||||||||||||
6.1 Samenkracht en burgerparticip. |
4.325 |
3.929 |
3.207 |
2.763 |
2.216 |
2.238 |
||||||||
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd |
122 |
|||||||||||||
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal |
158 |
113 |
||||||||||||
6.3 Inkomensregelingen |
28.766 |
28.327 |
28.099 |
27.630 |
27.689 |
27.689 |
||||||||
6.4 Begeleide participatie |
329 |
18 |
88 |
227 |
167 |
|||||||||
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) |
236 |
239 |
256 |
274 |
274 |
274 |
||||||||
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) |
471 |
436 |
449 |
1.227 |
1.227 |
1.227 |
||||||||
6.712 Begeleiding (Wmo) |
||||||||||||||
6.713 Dagbesteding (Wmo) |
||||||||||||||
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal |
816 |
836 |
836 |
|||||||||||
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk |
||||||||||||||
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal |
||||||||||||||
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk |
||||||||||||||
6.791 PGB Wmo |
||||||||||||||
6.792 PGB Jeugd |
||||||||||||||
6.811 Beschermd wonen (Wmo) |
753 |
411 |
813 |
813 |
813 |
813 |
||||||||
6.812 Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) |
250 |
164 |
164 |
164 |
164 |
164 |
||||||||
6.821 Jeugdbescherming |
||||||||||||||
6.822 Jeugdreclassering |
||||||||||||||
6.91 Coördinatie en beleid Wmo |
||||||||||||||
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd |
||||||||||||||
7.1 Volksgezondheid |
279 |
192 |
||||||||||||
Totaal baten |
38.023 |
35.989 |
34.597 |
35.366 |
35.039 |
35.001 |
3.9 Investeringen
Terug naar navigatie - - 3.9 InvesteringenVoor dit programma zijn geen investeringen opgenomen.