10.4 Paragraaf financiering

Wettelijke kader

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Wettelijke kader

De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Kasgeldlimiet

Het hulpmiddel om renterisico's op korte financiering te beperken is de kasgeldlimiet. Als referentiekader voor de bepaling van de kasgeldlimiet geldt het begrotingstotaal. Voor 2025 is dit percentage bepaald op 8,5%. Voor 2025 betekent dit een kasgeldlimiet van € 26,6 miljoen. De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden.

In 2025 zijn er geen kasgeldleningen afgesloten.

Ontwikkeling kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
2025
Kasgeldlimiet van het begrotingstotaal
26.590
Gemiddeld netto vlottende schuld (+)
Gemiddeld overschot vlottende middelen (-) per kwartaal
1e kwartaal
-5.553
2e kwartaal
-1.786
3e kwartaal
-14.226
4e kwartaal
-27.993

Renterisico's

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Renterisico's

Met de renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningportefeuille zodanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De doelstelling van de renterisiconorm is dat in enig jaar het bedrag voor herfinanciering of renteaanpassing niet hoger mag zijn dan 20% van het primaire begrotingstotaal. Bij de gemeentelijke financieringsplanning wordt aan deze norm voldaan.

Ontwikkeling renterisiconorm (bedragen € 1.000)
2025
Totale (primaire) begrotingstotaal
312,8
Norm (20% van begrotingstotaal)
62,6
Aflossingen
-12,2
Renteherziening
0
Aflossingen en renteherziening
-12,2
Ruimte onder de renterisiconorm
50,4

Renteschema

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Renteschema

Doorberekende rente
Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen van het BBV.

Op basis van het renteschema is de doorberekende rente over het verslagjaar als volgt:

Renteschema (bedragen x € 1.000)
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
1.929
De externe rentebaten
-307
Saldo rente- en rentebaten
1.622
De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend
0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Totaal
0
Aan taakvelden toe te rekenen rente
1.622
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.622
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-1.700
Renteresultaat op het taakveld treasury
-78

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Leningenportefeuille

De opgenomen geldleningen
Het saldo van de opgenomen leningen is in 2025 gedaald van € 81,7 miljoen naar € 69,6 miljoen. Er zijn geen  nieuwe leningen afgesloten en voor € 12,2 miljoen afgelost. De gemiddelde rente over de totale opgenomen leningenportefeuille was op 31 december 2025 2,6% (2024: 2,5%). 

De uitgegeven geldleningen
Het saldo van de uitgegeven geldleningen bedraagt per 31 december 2025 € 4,4 miljoen. Een stijging van € 1,0 miljoen als gevolg van aanvullende storting in startersleningen-faciliteit. 

Gegarandeerde geldleningen
In 2020 zijn de beleidsregels gemeentegarantie opnieuw vastgesteld. De risicoprofielen gaan van 1 (laag risico) naar 6 (hoog risico). Er zijn geen gegarandeerde leningen met profiel 6. In 2025 zijn er geen garanties opgevraagd. 

In 2025 is het totaal van de garanties gedaald. De grootste mutaties betreffen een toename bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en een afname voor North Sea Ports. Het opgenomen bedrag voor zowel North Sea Ports als WarmCO2 is het totaal waarvoor de gemeente Vlissingen samen met de gemeente Borsele, gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland garant staat. 

De Gemeentelijke Hypotheek Garantie is volledig komen te vervallen. De betreffende garantie is voor het laatst verstrekt in 1994 en had een maximale looptijd van 30 jaar. In 2024 zijn daardoor alle nog lopende leningen onder deze garantie afgelost.

Profiel
Organisatie (bedragen x € 1.000)
Aantal leningen
Borg-stelling
Oorspronkelijke hoofdsom
Garantiebedrag 31-12-2024
Garantiebedrag 31-12-2025
1
Waarborgfonds Sociale Woningbouw
3
100%
0
180.972
201.634
Nationaal Restauratie Fonds
3
100%
84
106
22
2
Waarborgfonds voor de Sport
4
50%
263
52
114
3
Gemeentelijke Hypotheek Garantie
0
100%
0
0
0
4
Stadsgewestelijk Zwembad
1
50%
8.000
7.974
3.688
WarmCO2, voorheen Zeeland Seaports
2
100%
65.000
65.000
65.000
North Sea Port, voorheen Zeeland Seaports
nvt
100%
620.631
340.000
320.000
5
Overige met recht hypotheek
2
100%
461
333
322
6
Diversen
0
100%
0
1
0
Totaal
15
694.438
594.439
590.780

Rentevisie

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Rentevisie

In het verleden gaf de BNG elke 2 weken een Economisch Beeld uit. De hierin vermelde rentevisie namen wij altijd over in de jaarrekening. In 2023 is de BNG hiermee gestopt en geeft ook geen rentevisies meer af. In de rentevisie vermelden we altijd de inflatiecijfers en de verwachte rentestijging of daling. Dit keer komen ze uit andere bronnen.

Ontwikkeling inflatie
De inflatie loopt sterk terug. In 2025 zette de daling verder door naar 2,8% in december. In Nederland wordt voor 2026 ongeveer 1,8% tot 2,4% inflatie verwacht (Bron www.indeflatie.nl CBS). 

Ontwikkeling rentepercentages
De afgelopen maanden (november 2025 - maart 2026) zijn de tarieven voor langlopende leningen redelijk stabiel rond de 3% gebleven (10-jaars lineair). Op dit moment is de markt aan het inventariseren wat de gevolgen zijn/kunnen zijn van de onrust en spanningen rondom de situatie Iran. Wat de gevolgen zijn voor de rentepercentages is op dit moment niet in te schatten. 

Financiering van investeringsuitgaven

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Financiering van investeringsuitgaven

Algemeen
In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van investeringsuitgaven wordt door de gemeente traditioneel voorzien door het aantrekken van langlopende vaste geldleningen. Hierdoor wordt geheel voldaan aan de kasgeldlimiet, wanneer door voldoende spreiding in de looptijd wordt gezorgd, ook aan de renterisiconorm. De volgende criteria worden gehanteerd:

  • De financiering moet tegen de laagste kosten geschieden.
  • Rekening moet worden gehouden met de renterisiconorm.

In 2025 zijn er geen nieuwe leningen aangetrokken.

Rapportages
In de begroting, de tussentijdse bestuursrapportage (indien daar aanleiding voor is) en de jaarrekening wordt gerapporteerd over de financiering.

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Schatkistbankieren

Vanaf 17 december 2013 is het schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet regelt dat de gemeente uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 2,0 % van het begrotingstotaal alleen mag uitzetten bij de schatkist. 

Het bedrag dat wij op onze bankrekening mogen hebben staan, zonder dit verplicht bij het Rijk te moeten stallen, was € 6.256.360. Dit is het zogenaamde drempelbedrag (nr. 1). Per dag houden we bij of er een positief saldo op onze bankrekeningen hebben. Alle positieve bedragen samen delen we door het werkelijk aantal dagen van het betreffende kwartaal. Op die manier rekenen we het kwartaalcijfer op dagbasis (nr. 2 in het schema van de berekening) uit. Wij kwamen in 2025 niet boven het drempelbedrag uit. Daarmee hebben we de regels van het schatkistbankieren niet overtreden. Wij hebben in 2025 wel gebruik gemaakt van deze wet en gelden tijdelijk bij het Rijk gestald. Per 31 december 2025 hadden wij € 27,5 miljoen op deze rekening staan.

De berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt:

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
Verslagjaar
2025
(1)
Drempelbedrag
6.256,4
kw. 1
kw. 2
kw. 3
kw. 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
125
0
1.028
2.623
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
6.131
6.256
5.228
3.633
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
2025
(4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
312.818
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
312.818
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000
Drempelbedrag
6.256,4
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
kw. 1
kw. 2
kw. 3
kw. 4
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
11.223
0
94.587
241.338
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
125
0
1.028
2.623

Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)

Terug naar navigatie - 10.4 Paragraaf financiering - Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)

In de Wet Hof zijn de Europese afspraken inzake het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 vastgelegd. De Wet HOF bepaalt onder andere dat het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen een gelijkwaardige inspanning moeten leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. De tekorten van de provincies, gemeenten en de waterschappen worden door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort. Dit begrotingstekort mag volgens de Europese regels niet meer dan 3% bedragen. Bij overschrijding van deze 3% norm kan er een sanctie volgen vanuit de Europese Commissie. Deze sanctie kan doorberekend worden aan degenen die een bijdragen aan het tekort hebben geleverd.

Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Dit EMU-saldo is het saldo van lasten en baten onafhankelijk of het exploitatie- of investeringsuitgaven en -inkomsten betreft.

De berekening van het EMU-saldo op basis van de jaarrekening 2025 is als volgt:

Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-7.437
Mutatie (im)materiële vaste activa
-8.606
Mutatie voorzieningen
8.772
Mutatie voorraden
2.143
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
Berekend EMU-saldo
-5.129