10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Risicomanagement en beleid
Terug naar navigatie - 10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicomanagement en beleidRisicomanagement
De gemeente Vlissingen heeft beleid voor risicomanagement. Dit staat in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. In deze nota staat hoe we met risico’s omgaan en welke afspraken daarbij horen. De gemeente is verplicht zowel in de begroting als in de jaarrekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening dient een zo goed mogelijk beeld van kwantificeerbare risico’s aanwezig te zijn.
Werkwijze
Risicomanagement is een proces dat altijd doorgaat. Bij elke beslissing wordt gekeken welke risico’s er zijn. Bij grote projecten worden de mogelijke risico’s beoordeeld in relatie tot het totale risicoprofiel van de gemeente. Deze risico’s worden ook duidelijk vastgelegd. 2 keer per jaar worden alle risico’s binnen de gemeente opnieuw bekeken en bijgewerkt. Per team wordt gekeken welke risico’s er zijn en welke nieuwe risico’s mogelijk ontstaan. Op basis hiervan wordt een top 10 van belangrijkste risico’s voor de hele gemeente opgesteld. De teams bespreken hun risico’s regelmatig en nemen maatregelen zodra dat nodig is om de risico’s zo klein mogelijk te maken. De gemeenteraad, het college en het managementteam krijgen informatie over deze top 10 risico’s. Het idee hierachter is dat deze 10 risico’s samen ongeveer 90% van het totale risicobedrag vormen.
Voorwaarden in een continu proces
Risicomanagement heeft een vaste plek in de planning- en controlcyclus van de raad, het college en het managementteam. Voor de gemeenteraad betekent dit dat bij zowel de begroting als de jaarrekening wordt gerapporteerd hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de weerstandscapaciteit. Een belangrijke voorwaarde voor goed risicomanagement is dat de doelen van programma’s, projecten en grondexploitaties duidelijk zijn. Ook moeten bestuur en management zich ervan bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het dagelijks besturen van de gemeente. Dit betekent dat het herkennen van risico’s, het inschatten van risico’s en het nemen van maatregelen voortdurend moet gebeuren.
Risico-inventarisatie
Terug naar navigatie - 10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatieRisicokaart
Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in verschillende klassen zijn ingedeeld, kunnen worden geplaatst in een risicokaart (zie afbeelding). De risicokaart laat zien hoe de risico’s verdeeld zijn op basis van kans en gevolg. De nummers in de risicokaart geven aan hoeveel risico’s in elk vak staan. Hierdoor is direct te zien hoeveel risico’s in het groene, oranje en rode gebied vallen. “Netto” betekent dat er al rekening is gehouden met de maatregelen die zijn genomen om het risico te verkleinen. Voor elk risico is bepaald welke maatregelen mogelijk zijn om het risico te beperken. Voorbeelden hiervan zijn: het aanleggen van een reserve, betere proces- of werkafspraken, interne controles of het aanpassen van beleid.
.jpg)
Een risicoscore in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Risico’s in het oranje gebied vragen wel om aandacht. Ze zijn op zichzelf meestal nog geen groot gevaar, maar als er lange tijd niets mee gebeurt, kunnen ze later wel een bedreiging worden. Daarom is het verstandig om voor deze risico’s op tijd extra maatregelen te nemen. Uit de risicokaart blijkt dat veel risico’s in het groene en oranje gebied staan, vooral in het midden en onderaan de kaart. Door deze veelvoorkomende risico’s goed te beheersen, kunnen we op de langere termijn serieuze problemen voor de bedrijfsvoering voorkomen. Een risico dat in het rode gebied valt, heeft wél directe aandacht nodig. Dit soort risico’s kan de continuïteit van de bedrijfsvoering snel in gevaar brengen en moet daarom meteen (waar mogelijk) worden aangepakt.
Risico's
Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Vlissingen kan worden bepaald hoeveel geld benodigd is om alle risico’s te kunnen financieren. Dit wordt de benodigde weerstandscapaciteit genoemd. De financiële omvang van de risico's wordt berekend op basis van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen. In totaal zijn er 68 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. Op basis van de risicosimulatie (met een zekerheidspercentage van 95%) is het financieel risico € 20,1 miljoen.
Top 10 risico's
In de onderstaande tabel staat de top 10 risico’s van de gemeente Vlissingen. Ze zijn gerangschikt op financiële impact. Het percentage laat zien hoe groot het risico is in verhouding tot alle risico’s samen. Hieruit blijkt dat de top 10 risico’s samen ongeveer 90% vormen van het totaal aan gedefinieerde risico’s.
Jaarrekening 2025 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2024 |
Belangrijkste financiƫle risico's |
Invloed |
|---|---|---|---|---|
1 |
1 |
1 |
Stijging van de verliesvoorziening grondexploitaties door stijging van de inflatie. |
32% |
2 |
- |
8 |
Werk en inkomen: Niet realiseren van de taakstelling werkleerbedrijf (Orionis sociale werkvoorziening). |
15% |
3 |
2 |
4 |
Stijging van de verliesvoorziening grondexploitaties door stijging van de rente. |
14% |
4 |
4 |
6 |
Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald. |
10% |
5 |
7 |
- |
De gemeente kan getroffen worden door een hack of cryptolocker, mogelijk met afpersing. |
4% |
6 |
6 |
9 |
De algemene uitkering valt lager uit. |
4% |
7 |
- |
- |
Werk en inkomen: Rijksbijdrage uitkeringen is ontoereikend. |
4% |
8 |
- |
- |
Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) |
3% |
9 |
5 |
10 |
Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan vooraf gepland. |
3% |
10 |
10 |
8 |
Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW) |
2% |
Toelichting top 10 risico's
1. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie
Als we verwachten dat een project verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Elke keer dat we de cijfers opnieuw bekijken, passen we de voorziening aan. De uitkomst hangt af van verschillende factoren, zoals inflatie. Als de inflatie hoger is dan eerder gedacht, worden de kosten ook hoger. Daardoor moet de verliesvoorziening omhoog. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 6,8 miljoen (bron 2e herziening 2025).
2. Werk en inkomen: Niet realiseren van de taakstelling werkleerbedrijf (Orionis sociale werkvoorziening)
Jarenlang is er sprake van een exploitatietekort in het werkleerbedrijf. Op basis van in 2021 door de Walcherse gemeente(n) geïnitieerd onderzoek is gebleken dat door implementatie van verschillende verbetermaatregelen de komende jaren een ruime rendementsverbetering mogelijk is. In 2022 heeft Orionis Walcheren verbeterplannen opgesteld. Als de verbeterplannen hun effect hebben is er eind 2029 sprake van een positief resultaat van circa € 1,13 miljoen (Orionis totaal, Vlissingens aandeel hierin is € 0,59 miljoen). Door economische ontwikkelingen is de realisatie van de plannen vertraagd. In de meerjarenbegroting 2026-2029 hebben wij de realisatie zij het met vertraging (oorspronkelijk plan was realisatie in 2025/2026) als gevolg van diverse (externe) oorzaken verwerkt (besparing van € 2,0 miljoen periode 2025-2028). De kans dat het risico zich voordoet is ingeschat op hoogstwaarschijnlijk (70 %). Dit omdat externe factoren (waaronder marktwerking) van invloed blijven op het resultaat van het Werkleerbedrijf. De financiële impact is gebaseerd op het risico dat de begrote besparingen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028 (totaal € 2,0 miljoen) niet worden gerealiseerd. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect.
3. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente
Als een grondexploitatie verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Bij elke herziening passen we de voorziening aan als de verwachtingen veranderen. Een belangrijke factor is de rente. Voor het financieren van de boekwaarde van grondexploitaties moeten we geld lenen. De rente op deze leningen berekenen we door in de grondexploitatie. Als de rente stijgt, heeft dat een negatief effect op de verliesvoorziening. Vooral het project Scheldekwartier is hier gevoelig voor, omdat de boekwaarde hoog is en de looptijd nog lang. Als de rente voor nieuwe leningen met 1% stijgt, is de financiële impact € 3,0 miljoen.
4. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald
We hebben de taakstellingen van de Hervormingsagenda Jeugd aangepast. Door vertraging in de aanbesteding schuiven sommige plannen op naar 2028. We hebben dit in de kadernota 2026 verwerkt en in de begroting 2026 is nu uitgegaan van 100% taakstelling, in plaats van de eerdere 60%. Er is een risico dat de projecten niet het gewenste resultaat opleveren in de komende jaren. De financiële gevolgen zijn als volgt: 2026: € 120.000, 2027: € 360.000, 2028: € 3.220.000 en 2029: € 5.869.000. Volgens de VNG is 60% van de taakstelling haalbaar. Dat betekent dat 40% onzeker is. Het is mogelijk dat het Rijk een deel van de kosten vergoedt als blijkt dat het onzekere deel niet haalbaar is, bijvoorbeeld door aanpassing van de wet. Maar dit is nu nog niet zeker. In 2025 hebben we diverse interventies ingezet, zoals: Kamers met Aandacht. Dit is Jeugdhulp dichterbij en meer laagdrempelig, bijvoorbeeld inwonend bij een hospita in plaats van een specialistische woonvorm. Voorbereidingen worden getroffen voor de vorming van het Stevige Lokale Team. Ook zijn er methodieken opgezet die ervoor zorgen om hulp effectiever, eenduidiger en gezinsgericht te kunnen inzetten vanuit een breed perspectief. De maatregelen vanuit Hervormingsagenda vragen een transformatie van het sociaal domein. Dit vraagt de nodige capaciteit, voorbereidingen en het samenbrengen van verschillende interne en externe partners. Daarom zullen de nodige interventies in 2026 en volgende jaren hun uitwerking krijgen.
5. Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing
Er is een risico dat de gemeente wordt getroffen door een hack of cryptolocker. Dit kan gebeuren via phishing (bijvoorbeeld een foute e-mail, website of bestand). Criminelen kunnen dan gegevens stelen of versleutelen. Vaak eisen ze losgeld om de gegevens terug te geven of om te voorkomen dat ze openbaar worden gemaakt. Het aantal hacks neemt toe, ook bij gemeenten. Niet alleen gemeenten worden getroffen, maar ook leveranciers van software die wij gebruiken. Als dit gebeurt, heeft dat grote gevolgen voor onze dienstverlening. De kosten voor herstel zijn hoog. Denk aan het inhuren van experts, verlies van gegevens, losgeld en minder inkomsten. De financiële impact hebben we ingeschat op basis van ervaringen bij andere gemeenten, zoals Hof van Twente en Haarlemmermeer, en hangt af van het soort aanval en onze beveiliging. Als beheersmaatregelen zorgen we voor bewustwording (awareness), brengen we onze kwetsbaarheden in kaart, maken we sinds 2025 gebruik van een Information Security Management System (ISMS) en zullen we in 2026 en plan van aanpak maken voor hoe we omgaan met een hack of cryptolocker.
6. De algemene uitkering valt lager uit
Gemeenten krijgen geld van het Rijk via het gemeentefonds. Het is altijd onzeker hoeveel geld we precies krijgen. Dit komt bijvoorbeeld door veranderingen in de regels (circulaires) of in de manier waarop het Rijk het geld verdeelt. We hebben berekend wat het betekent als we 1% minder krijgen. De algemene uitkering is € 195,6 miljoen, maar daar gaan nog centrumtaken en extra bijdrage artikel 12 vanaf (€ 61,6 miljoen). De uitkering waar dit risico op geldt is dus € 134 miljoen. Een daling van 1% betekent een financiële impact van € 1,34 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect.
7. Werk en inkomen: Rijksbijdrage uitkeringen is ontoereikend
BUIG (Gebundelde Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten) ontstaat uit 3 aspecten: 1. de omvang van het landelijke macrobudget; 2. het aandeel van de gemeente Vlissingen in het macrobudget op basis van het verdeelmodel; 3. het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden in de gemeente Vlissingen. De werking van BUIG is gebaseerd op een prikkelwerking waardoor gemeenten gedwongen worden continu bijstandsgerechtigden te re-integreren naar werk. Als in negatieve zin afgeweken wordt van de landelijke trend re-integratie van bijstandsgerechtigden naar werk ontstaat een tekort op BUIG of het tekort neemt toe. Dit is het gevolg van het ontstaan of het toenemen van een discrepantie tussen het aandeel in het macrobudget op basis van het verdeelmodel en het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden. In deze meerjarenbegroting doen wij in navolging op 2025 ook in 2026 een extra investering in re-integratie-activiteiten. Jaarlijks beoordelen wij of ook in 2027 tot en met 2029 extra investeringen moeten plaatsvinden om het risico op (een toenemend) tekort op BUIG te mitigeren. Er bestaat een aanzienlijke kans dat de rijksbijdrage BUIG ontoereikend is (het macrobudget is te laag of het aandeel op basis van het verdeelmodel valt te laag uit ten opzichte van het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden). De kans dat het risico zich voordoet is bepaald op kan gebeuren (30%). De financiële impact is bepaald op € 750.000. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect.
8. Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij
We hebben 5,76% van de aandelen in de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Volgens de laatste prognose keert ZEH tot en met 2033 het volgende dividend uit: 2025: € 135 miljoen, 2026: € 175 miljoen, 2027: € 155 miljoen en 2028 t/m 2033: elk jaar € 100 miljoen. De provincie heeft aangeboden om 75% van het laagste verwachte dividend (€ 100 miljoen) als structureel dekkingsmiddel te gebruiken. Wij hebben hiervan gebruik gemaakt en € 4,3 miljoen structureel ingezet. Vanaf 2028 bouwen we dit af. Het resterende dividend storten we elk jaar in de reserve Wind in de zeilen. Er is een risico dat de dividenduitkeringen lager uitvallen, zelfs lager dan 50% van € 100 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect. Vanaf 2028 starten we met de afbouw van de structurele inzet van het ZEH-dividend. Zo voorkomen we dat we in 2033 ineens een groot financieel probleem hebben.
9. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan vooraf gepland
Elk jaar maken we een schatting van de verwachte rente. Op basis daarvan nemen we de rentelasten op in de begroting. Er is een risico dat we in de toekomst nieuwe leningen moeten afsluiten tegen een hogere rente dan we nu verwachten. Als de rente 1% hoger uitvalt dan geraamd (uitgangspunt), kost dat ongeveer € 480.000 extra per jaar in de periode 2026 tot en met 2029. Dit risico beoordelen we als een risico met een structureel effect.
10. Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW)
Sinds de wetswijziging in 2015 is er geen nieuwe instroom meer geweest bij de SW-bedrijven. Hierdoor krimpen deze organisaties geleidelijk, totdat er vanaf uiterlijk 2051 alleen nog een voorziening voor Beschut Werk overblijft. In december 2023 heeft het Rijk een visie gepubliceerd op de toekomst van de Sociaal Ontwikkelbedrijven (de opvolgers van de SW-bedrijven). Centraal staat de ontwikkeling van een sociale infrastructuur die bestaat uit 3 onderdelen: een opstap voor mensen die toewerken naar regulier werk; een vangnet voor mensen die tijdelijk niet regulier kunnen werken, een beschutte omgeving voor mensen die structureel ondersteuning nodig hebben Het Rijk streeft landelijk naar minimaal 30.000 beschutte banen en 10.000 tijdelijke werkplekken voor mensen die (tijdelijk) niet regulier kunnen werken. De financiering wordt hierop aangepast. In 2025 hebben Orionis Walcheren en de Walcherse gemeenten deze landelijke visie uitgewerkt in een transitieplan voor de inwoners van Walcheren. Voor dit plan stelt het Rijk financiële middelen beschikbaar. Het plan kijkt 10 jaar vooruit, waardoor verschillende aannames noodzakelijk zijn. In de risicoparagraaf van het Transitieplan zijn de belangrijkste risico’s en onzekerheden opgenomen. Deze hebben betrekking op: landelijke politieke keuzes; toekomstige Rijksbijdragen; economische ontwikkelingen; huisvesting; personeel; benodigde transitiekosten. Een belangrijk aandachtspunt is dat nog onzeker is of de beschikbare Rijksmiddelen voldoende zijn om de transitie volledig te financieren. De totale financiële impact is € 2,7 miljoen, waarvan € 1,4 miljoen (53%) voor ons is. De kans dat dit risico zich voordoet, is 50%. Het is nog niet zeker of we na de veranderingen alles kunnen uitvoeren binnen het beschikbare geld.
Weerstandcapaciteit
Terug naar navigatie - 10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - WeerstandcapaciteitWat is weerstandscapaciteit?
Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen.
De weerstandscapaciteit bestaat uit:
- Vrij besteedbare reserves.
- Budget onvoorziene uitgaven.
- Onbenutte belastingcapaciteit.
- Stille reserves.
Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:
.png)
Vrij besteedbare reserve
Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar.
Onbenutte belastingcapaciteit
Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit.
Onvoorziene uitgaven
Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor het jaar 2025 gaat het om € 255.000.
Stille reserves
Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit.
Omvang weerstandscapaciteit
De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2025 is deze reeds nihil.
Weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - 10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - WeerstandsvermogenWeerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's
In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/ Benodigde weerstandscapaciteit.
Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 0,5 (-/- € 10,6 miljoen/ € 20,1 miljoen).
Beschikbare weerstandscapaciteit
De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2025 bedraagt -€ 10,6 miljoen.
Benodigde weerstandscapaciteit
De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen. Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 20,1 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2024 € 31,2 miljoen). Ten opzichte van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2024 is hiermee sprake van een afname van de gekwantificeerde risico’s met € 11,1 miljoen.
Een groot deel van de benodigde weerstandscapaciteit wordt veroorzaakt door risico's in het sociaal domein. Deze risico's vangen we op door het inzetten van de reserve sociaal domein.
Ontwikkeling risicoprofiel
De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:
.jpg)
.jpg)
Beoordeling Weerstandsvermogen
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.
Waardering |
Ratio |
Betekenis |
|
A |
> 2 |
Uitstekend |
waardering ratio's |
B |
1,4 - 2 |
Ruim voldoende |
|
C |
1 - 1,4 |
Voldoende |
|
D |
0,8 - 1 |
Matig |
|
E |
0,6 - 0,8 |
Onvoldoende |
|
F |
< 0,6 |
Ruim onvoldoende |
Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus zwaar onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De beschikbare weerstandscapaciteit van -€ 10,6 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 20,1 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 0,2 toegenomen in vergelijking met de jaarrekening 2024.
Kengetallen
Terug naar navigatie - 10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - KengetallenOnderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV.
Kengetallen |
Jaarrekening
2023 |
Jaarrekening
2024 |
Begroting
2025 |
Jaarrekening
2025 |
Begroting
2026 |
Begroting
2027 |
Begroting
2028 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1a. Netto schuldquote |
39% |
28% |
38% |
22% |
41% |
42% |
44% |
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen |
39% |
28% |
37% |
22% |
39% |
40% |
39% |
2. Solvabiliteitsratio |
21% |
24% |
31% |
28% |
32% |
35% |
37% |
3. Kengetal grondexploitatie |
9% |
10% |
2% |
9% |
3% |
3% |
3% |
4. Structurele exploitatieruimte |
3% |
0% |
0% |
2% |
0% |
0% |
0% |
5. Belastingcapaciteit |
100% |
107% |
102% |
101% |
101% |
101% |
101% |
1a. Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote bedraagt 22% en is daarmee licht gedaald ten opzichte van voorgaand boekjaar (2024: 28%). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert in de houdbaarheidstest gemeentefinanciën een signaalwaarde van 130% voor de netto schuldquote, waarboven sprake is van een verhoogd financieel risico en aandacht is vereist voor de ontwikkeling van de schuldpositie.
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast.
2. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In 2025 is de solvabiliteit gestegen van 24% naar 28%. De solvabiliteit is in 2025 toegenomen door de toevoeging van het positieve resultaat aan het eigen vermogen. De VNG hanteert een signaalwaarde als de solvabiliteit onder de 20% komt.
3. Grondexploitatie
De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen.
4. Structurele exploitatieruimte
De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.
5. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is:
Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage.
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.